Doorgaan naar artikel

Techniek helpt bij vaststellen maisopbrengst

Foto: Jan Willem Schouten

Foto: Jan Willem Schouten

Veel mais wordt op stam gekocht, een deel gaat over de weegbrug. Via de hakselaar is de opbrengst redelijk nauwkeurig vast te stellen. Maar er blind op varen is nog een brug te ver.

Met de snijmaisoogst voor de deur wordt volop gehandeld in snijmais. Dat gebeurt op verschillende manieren, maar in veel gevallen voor een prijs per hectare op stam. Een deel van de snijmais gaat direct na het hakselen de weegbrug over. Nog nauwkeuriger is het als via drogestofmonsters de tonnen droge stof bekend zijn.

De laatste jaren komt er steeds meer ervaring met metingen op de hakselaar. Dat is om meerdere redenen een vooruitgang. Het kost nauwelijks extra tijd, alle mais en gras gaat erdoorheen, en gegevens zijn direct beschikbaar en bruikbaar voor andere (precisie)toepassingen. Opbrengstmetingen gebeuren aan de hand van de afstand tussen de invoerrollen en met een zogenoemde NIR-sensor in de afvoerpijp.

Niet goed gebruiken van installaties

Mark de Beer, ruwvoerexpert bij Groeikracht, vindt het positief dat partijen eraan werken om werkelijke opbrengst in beeld te brengen. De Beer benadert het automatisch wegen via de hakselaar pragmatisch; zonder metingen of wegingen weet een veehouder helemaal niets. “Een afwijking ‘op het oog’ zal bijna altijd groter zijn.”

Tegelijkertijd is hij kritisch omdat in de praktijk de nauwkeurigheid nogal eens te wensen overlaat. Dat ligt niet zozeer aan de techniek, maar vooral het niet goed gebruiken van de installaties. “Dat wordt nogal eens onderschat. Wil je het goed doen, dan is voor elk nieuw perceel een nieuwe kalibratie nodig. Maar in de maisoogst is er vaak tijdsdruk en schiet dat er gemakkelijk bij in.”

Competitieve sector

In het gebruik door loonwerkers van weeg- en meetapparatuur zitten grote verschillen. Een aantal is enthousiast bezig met metingen op de hakselaar, anderen doen er weinig of niets mee. Ook zijn er loonwerkers die voor klanten die dat vragen een weeginrichting hebben op de wagens, of weegplaten. Wat meespeelt is dat het een competitieve sector is waar loonwerkers beducht zijn op maken van meerkosten. Zeker omdat niet iedereen bereid is te betalen voor oogstdata.

Herman Krebbers, voormalig adviseur techniek bij adviesorganisatie Delphy, is al jaren betrokken bij opbrengstmetingen in de veehouderij. Als het gaat om betrouwbaarheid staat opbrengstbepaling via vaste of mobiele weegplaten volgens hem bovenaan. Twee belangrijke kanttekeningen: ze moeten geijkt zijn, en de chauffeur zet de combinatie helemaal stil. “Bij 20 ton een afwijking van 200 tot 300 kilo is dan heel acceptabel.”

Lees verder onder kader

Verschillen tussen leveranciers

Ook opbrengstmeting via de hakselaar is over het algemeen aardig betrouwbaar, blijkt onder andere uit praktijkonderzoek op De Marke de afgelopen jaren. Dat was met gras, en er is wel wat variatie per jaar. “Belangrijk is dat je ijkt met weeggegevens van een plateau.” Het best doe je dat per veehouder en per perceel, als er verschillen zitten in het gewas, qua droge stof en mogelijk tussen maisrassen.

Of dat altijd gebeurt in de praktijk durft Krebbers niet te zeggen. De bepaling is bij grote percelen doorgaans betrouwbaarder dan bij kleine oppervlaktes, met name door het relatief grotere aandeel van kopakker en kantenrijen bij die laatste. Ook kunnen er verschillen zijn tussen leveranciers.

Droge stof met NIR-sensor

Verder kun je meten met een NIR-sensor. Daarbij is het percentage droge stof het meest nauwkeurig, blijkt bij grasonderzoek op De Marke en is de ervaring van deskundigen. Het wordt nauwkeuriger als je ook hier ijkt met drogestofmonsters. Hoe meer verschillen in het veld, hoe belangrijker dat is. Dat kost wel tijd. En ook geld, iets waar niet iedereen op zit te wachten.

De betrouwbaarheid van andere NIR-metingen, zoals ruw eiwit, suiker/zetmeel of andere fracties, hangt sterk af van de kwaliteit van de ijklijn. Die verschilt, en in het algemeen zijn de ijklijnen nog niet voldoende afgestemd op lokale omstandigheden, is de ervaring op De Marke. Het lastige bij NIR op een hakselaar is dat het product vochtig is en vers; twee aspecten die bij een bepaling in een laboratorium veel minder van invloed zijn op de uitslag. Een voordeel ten opzichte van gras is wel dat mais uniformer is, en er een continue stroom van product langs de sensor komt.

Lees verder onder foto

Foto: Bert Jansen
Foto: Bert Jansen


Noodzaak harder gevoeld

Mais kopen op basis van volumemetingen van de hakselaar kan dus, mits het systeem deugdelijk wordt gebruikt en voldoende is geijkt. Wel benadrukt Krebbers dat het goed is te beseffen dat een paar procent afwijking bij 50 ton mais per hectare toch 1 tot 2 ton mais is, ofwel € 50 tot € 100 per hectare.

Met het betrouwbaarder en betaalbaarder worden van de techniek, wordt afrekenen van mais op basis van opbrengst en kwaliteit vanzelfsprekender, verwachten de experts. Het kan ook een impuls krijgen als veehouders de noodzaak harder voelen, zoals voor meer eigen eiwit en beter benutten van mineralen vanwege lagere bemestingsnormen.

Combineren van data

De opbrengst van gras en mais meten biedt ook andere (toekomstige) mogelijkheden. Door coördinaten op het perceel via gps te combineren met de opbrengst, ontstaat een opbrengstkaart van kwaliteitskenmerken als droge stof en zetmeel/suiker met de NIR-sensor. Die kun je naast data van bodemscanner, drone, satelliet of vochtsensoren leggen. Bij de volgende grondbewerking en/of bemesting kun je daar rekening mee houden, denk aan een optimale verdeling van de beschikbare meststoffen.

Het precisielandbouwproject NPPL deed met dit alles de afgelopen jaren ervaring op op een aantal melkveebedrijven. Het combineren en interpreteren van de data is mogelijk, maar blijkt nog lastig voor de praktijk. Speelt mee dat het belang in de akkerbouw groter is dan in de veehouderij, en dat de ontwikkeling daar dus sneller gaat.

Beheer
WP Admin