Doorgaan naar artikel

Gezonde grond, meer melk en meer medewerkers

Het warme klimaat in Weenen, Zuid-Afrika, geeft snelle en ruime grasgroei. Het beheersen van hittestress vereist echter, samen met andere typische uitdagingen van deze regio, een doordacht beheer.

Foundation Farm Dairy is een groene oase in een overbegraasd landschap in KwaZulu-Natal, Zuid-Afrika. Met een gemiddelde neerslag van ongeveer 700 mm per jaar zou het natuurlijke grasland voldoende voer voor het vee kunnen bieden. Maar zonder zorgvuldig beheer kan het land snel dor worden, weet melkveehouder Barry Schiever.

Schiever nam het melkveebedrijf van zijn vader over. Toen hij zijn vrouw ontmoette, is hij in samenwerking aangegaan met haar ouders. Samen zijn ze in tien jaar tijd uitgebreid van 450 naar 1.250 jerseys.

De eerste stap daar naar toe was het verbeteren van de weidepercelen. Maximale ruwvoerproductie was het doel. Daarvoor zette Schiever in op bodembeheer. “Een gezonde bodem zorgt voor een meer winstgevend melkveebedrijf”, zegt hij. “We hebben een substantieel verschil gezien in hoe goed het gras groeit op bodems waar we het organische stof gehalte hebben kunnen verhogen.”

Dagelijks verspreidt de giertank mest nadat de grazende koeien een perceel verlaten hebben. Waar nodig wordt gips gestrooid. Het land mag nooit kaal liggen. Waar gemaaid is om kuilvoer te winnen, worden onmiddellijk bodembedekkers geplant. Deze gecombineerde inspanningen hebben het organische stofgehalte van de bodem in minder dan tien jaar van minder dan 1% naar ongeveer 5% gebracht. Dit is een opmerkelijke prestatie, aangezien het gemiddelde organische stofgehalte van landbouwgronden in Zuid-Afrika minder dan 1% bedraagt.

Werken met de hitte

In de zomer lopen de temperaturen op Foundation Farm op tot 45 graden. Die hoge temperatuur in combinatie met beregening vanuit de Bushman’s River leidt tot snelle grasgroei. In het voorjaar kunnen de koeien 16 dagen na uitscharen weer in hetzelfde perceel. In de winter, wanneer de temperatuur kan dalen tot -2°C, zitten er maximaal 21 dagen tussen het grazen. Dat is de helft van de tijd die nodig is in de koudere gebieden van Zuid-Afrika.

De percelen bestaan uit gemengd weiland dat jaarlijks wordt herbeplant met luzerne en klaver om stikstof in de bodem vast te leggen, diepgewortelde gewassen zoals cichorei die tegen de hitte kunnen, en raaigras in de winter. De veebezetting is 5 tot 6 koeien per hectare. “Dit is inderdaad hoog”, zegt Schiever, “maar je moet er rekening mee houden dat de Jersey een kleiner dier is. Met deze bezetting halen we een goed rendement op de investering per hectare.”

De hitte kan uiteraard tegenwerken, en Schiever moet op de pieken inspelen. “Koecomfort is belangrijk voor de productie, daarom hebben we onlangs een dak geplaatst op wachtstal voor de melkstal. Als het heel warm is, halen we ze eerder van de weide en zetten we ze op een schaduwrijke plek, waar een vernevelingssysteem ze afkoelt.”

Jaarrond productie

Om aan de marktvraag te voldoen, melkt Schiever het hele jaar door, met afkalfseizoenen in de lente en de herfst. Gemiddeld gaan de koeien 5 lactaties mee. Schiever gebruikt vooral Canadees sperma. “Daar is de genetische vooruitgang in Jersey verder gevorderd dan in Zuid-Afrika.”

Schiever streeft naar een balans tussen een hoge melkproductie en een lang leven. “We hebben tientallen jaren aan gegevens die trends laten zien die aan bepaalde genetica kunnen worden gekoppeld. Op deze manier hebben we een duidelijker idee van wat wel en niet werkt op ons bedrijf.”

Het bedrijf is een van de weinige in de regio die aan melkcontrole doen. “Hoewel het een moeizaam, tijdrovend proces is, zijn de resultaten de moeite waard. Registratie van gegevens heeft ons geholpen het celgetal van onze kudde laag te houden, het zit nu continu onder 250.000. We kunnen onze koeien droog zetten met teat sealers, incidenteel is nog een droogzetter vereist. Ook kunnen we zien welke koeien goed reageerden op welke antibiotica, waardoor besluitvorming makkelijker wordt”, aldus Schiever.

Hij voegt eraan toe dat het systeem door de jaren heen veel trends heeft getoond. “Ik kan nu bij een koe een mastitisinfectie opmerken nog voordat ze symptomen vertoont. Daardoor is de behandelingstijd korter en is ze eerder weer in productie.”

Werken met de gemeenschap

Voor Foundation Farm is het aan het werk en gemotiveerd houden van de 50 vaste medewerkers een hoge prioriteit. “We hebben via ons bedrijf de kans gekregen om banen te scheppen. We geloven dat het onze maatschappelijke verantwoordelijkheid is om dat te doen, zeker gezien de meer dan 50% werkloosheid in heel Zuid-Afrika. Dat betekent dat het scheppen van banen voorrang kan krijgen boven andere investeringen. Er zijn zeker momenten waarop je het gevoel hebt dat je bedrijf het niet kan betalen, maar uiteindelijk is het het allemaal waard”, glimlacht Schiever.

Dat gaat verder dan het aanbieden van werkgelegenheid. Voor Schiever betekent maatschappelijke betrokkenheid ook het omgaan met onrust in de gemeenschap die wordt veroorzaakt door een gebrek aan dienstverlening door de overheid. In dergelijke gevallen worden wegen geblokkeerd tijdens gewelddadige protesten. Schiever heeft goede relaties moeten opbouwen met lokale leiders om de melktrucks in zulke gevallen door te laten om te voorkomen dat de melk bederft. “Het besef groeit dat we, om banen te creëren, onze melk op de markt moeten kunnen brengen”, legt Schiever uit.

Het uitbreiden van de kudde tot 1.600 koeien is het volgende doel van Schievers plan voor Foundation Farm. Hij ervaart net als veel boeren wereldwijd de krappere marges. Toch heeft hij er vertrouwen in dat hij door verantwoord beheer een beter bedrijf kan doorgeven aan de volgende generatie.

Share this

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin