Doorgaan naar artikel

Olivar Farm wil naar 600 koeien groeien

Het uitbreiden van een melkveebedrijf is een uitdaging, maar voor veel boeren vaak de enige manier om te overleven. Groei in Zuid-Afrika kent zijn eigen unieke struikelblokken en vraagt een doortastende houding.

Paul en Sarah Reynolds runnen met 43 medewerkers Olivar Farm nabij Ixopo in Zuid-Natal. Ze houden 350 en 300 stuks jongvee koeien op 917 hectare en willen uitbreiden naar 600 koeien. Voor het melkvee is 110 hectare geïrrigeerd grasland, 100 hectare mais en 45 hectare droogtetolerant inheems kikuyu-grasland beschikbaar. Er is 150 hectare bosbouw en 27 hectare aan citrusboomgaard. De overige grond wordt deels gebruikt voor het jongvee en een deel is verhuurd aan de buren die er vleesvee op houden

De Reynolds melken voornamelijk Holsteins, maar hebben ook enkele Jerseys en jerseykruisingen in de kudde. De jaarrond kalvende koeien produceren zo’n 15 liter per dag, oplopend tot 20 liter tijdens de piekproductie in de lente. Verwerker Clover betaalt ongeveer €0,34 per liter melk met 4% vet en 3,6% eiwit.

Alle rundvee loopt jaarrond in de weide. Er zijn geen stallen op het bedrijf anders dan de 2×30 swing over visgraatmelkstal. De melkkoeien lopen op het geïrrigeerde weiland rond het melkplatform en zijn verdeeld in twee groepen. De hoog productieven begrazen een perceel als eerste, de laag productieven de dag erop. Het jongvee en de 30 tot 50 droogstaande koeien krijgen in de winter kuilvoer, hooi en afgekeurd citrusfruit bijgevoerd. De melkkoeien krijgen daarnaast krachtvoer via krachtvoerautomaten in de melkstal. “We werken met een relatief eenvoudig systeem”, geeft Paul aan.

De fokrichting is vetgehalte in de melk, maar dat mag volgens Paul niet ten koste gaan van de melkgift. Levensduur- en gezondheidsindexen worden ook meegenomen in de selectie. Pinken worden één keer geïnsemineerd en daarna gaan ze indien nodig onder een stier. De stieren worden niet ingezet bij het melkvee.

Paul wil de komende jaren groeien richting 600 koeien. “Dat kan met onze melkstal. We moeten dan wel extra geïrrigeerd areaal rond de melkstal realiseren zodat we meer melkkoeien kunnen weiden. Daarnaast wil ik onze boomgaarden opknappen om de diversiteit te behouden. De houtteelt zal niet wijzigen.”

Bij die uitbreiding ziet hij als belangrijkste uitdaging de door teken overgedragen ziekten, “Voor de meeste Zuid-Afrikaanse veehouders zijn door teken overgedragen ziekte, en dan vooral Babesiose of redwater fever, een enorm probleem. In onze regio speelt dat nog meer dan elders, omdat we in een warmer gebied boeren dan vele anderen. Creatief gebruik van dompelmiddelen helpt ons onze koeien relatief tekenvrij te houden. We hebben ook een levertonicum ontdekt dat onze koeien helpt hun immuniteit te verbeteren en hun lever te vernieuwen. Dat geeft gezondere koeien.”

Ook de waterkwaliteit is een wijdverspreid probleem in de regio. “We hebben enorm baat ondervonden van het beluchten van het water met venturi’s.”

Diefstal is een ander groot probleem in Zuid-Afrika. Bij Reynolds is dit jaar maïs gestolen en is de koperen bedrading van de irrigatiepompen verdwenen. “Beveiliging is iets waar we aan moeten blijven werken, al helpt een goede relatie met het personeel dat op onze boerderij woont daarbij enorm.”

Van zijn regering verwacht de Zuid-Afrikaander weinig heil. “Die steunt boeren op geen enkele manier. Er zijn hier weinig of geen importtarieven. Er zijn ook geen subsidies, en dat zet ons op achterstand.”

Share this

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin