Doorgaan naar artikel

Een veehouder die de uitdaging zoekt

Ondernemen tegen de verdrukking in, dat kenmerkt Wim Bonestroo. Hij voorzag het einde van de quotering, ging van 90 naar 330 koeien en wil er nu nog 194 bij.

Wim Bonestroo is een bijter. Wat in zijn kop zit móet gebeuren. Daarmee is de melkveehouder uit Doornspijk nog geen bullebak. Integendeel, hij is vriendelijk, open en altijd bereid zíjn visie toe te lichten. “Ik wil graag veel koeien melken en daarbij het maximale uit mijn koeien halen.” Daarom melkt hij sinds 2015 drie keer per dag. Gemiddeld geven zijn koeien nu 13.000 kilo per jaar. Hij wil naar 14.000 kilo toe. Daarbij is de Veluwse melkveehouder met ruim 50.000 kilo melk per hectare behoorlijk intensief. Dat strookt niet met de plannen richting een grondgebonden melkveehouderij, die LNV-minister Staghouwer dit najaar zal ontvouwen. Bonestroo: “Als ik mest verwerk en er een verdienmodel van maak en verder op mijn eigen grond netjes binnen alle normen blijf, dan is de kringloop wat mij betreft rond!”

Groeistuip

In 2005 wist Bonestroo het zeker: het melkquotum gaat eraf. Een jaar eerder had hij het bedrijf, toen nog in Nunspeet, overgenomen van zijn ouders. Op dat moment had hij 90 koeien met 7 ton melk. In Nunspeet was geen groei mogelijk, maar in Doornspijk, waar ze een bedrijf konden overnemen, was wel plaats voor een nieuwe stal voor 330 koeien. Bonestroo koos bewust voor groei nog in het quotumtijdperk, vanuit de overtuiging dat er na de afschaffing van de quotering meteen iets anders voor in de plaats zou komen. “Daar wilde ik klaar voor zijn.”

Wat volgde was wat Bonestroo omschrijft als ‘een taai en zwaar proces’. Zo sloot hij 1 melkmaatschap en 3 leaseconstructies af om totaal 1,3 miljoen kilo melk erbij te krijgen, waarbij de koeien en het jongvee in die constructies werden overgenomen. Ondertussen probeerde hij met de Rabobank tot een financiering te komen. “Een heel raar en zwaar traject. Rabo verklaarde me voor gek en deelde niet mijn visie dat na de melkquotering er een nieuwe vorm van beperking of quotering zou komen in de vorm van ammoniak, methaan, stikstof of iets anders.” Bonestroo windt zich weer zichtbaar op als hij erover praat. Uiteindelijk kwam de financiering rond, waarbij bank de ondernemer wel verplichtte dat driekwart van de financiering in een renteswap gestopt werd.

Sinds vorig jaar een mono-mestvergister

In 2011 nam hij het nieuwe bedrijf in Doornspijk in gebruik. De stal kreeg een volledig dichte emissiearme noppenvloer met in het midden een afstort in de centrale mestopslag met een opslagcapaciteit van drie weken, waarna het werd overgepompt in een grote mestsilo. “Ik had toen al het idee om mest te gaan vergisten met verse mest.”

Inmiddels is dat gerealiseerd; sinds november vorig jaar heeft hij een mono-mestvergister. De vergiste verse mest wordt gescheiden, waarbij de dikke fractie als box-bedekking wordt gebruikt en de dunne fractie nu nog rechtstreeks in de grote opslagsilo verdwijnt.

Op korte termijn wil hij nu een ‘stikstofstripper’ aanschaffen. “Dan haal ik 80% van de stikstof eruit die ik wil aanwenden als kunstmestvervanger.” Verse mest zo snel mogelijk uit de stal leidt tot minder ammoniakemissie. En geen aankoop van kunstmest meer betekent ook milieuwinst, omdat die kunstmest niet geproduceerd hoeft te worden met inzet van veel aardgas, aldus de Veluwse melkveehouder.

Bijzonder beheer

Na de financiële crisis werden financieringseisen strenger. “Ik kon aan alle verplichtingen voldoen, maar de eisen aan bijvoorbeeld mijn reserveringscapaciteit (de ruimte vanuit het bedrijfsresultaat voor vervangingsinvesteringen en aflossingen, na aftrek voor de privé-uitgaven, red) werden opgeschroefd.” Gevolg was dat Rabobank Bonestroo’s bedrijf in 2013 in bijzonder beheer plaatste. Met grote consequenties. Zo moest hij in 2014 60 koeien verkopen om geld te genereren. Ook moest hij in 2015 twee bouwkavels verkopen op het oude bedrijf in Nunspeet waar tot dan toe het jongvee werd gehuisvest. De 120 stuks jongvee moesten naar een andere plek. Dat werd een jongvee-opfokker in Zwolle waar hij nu nog mee werkt. Gevolg was wel dat hij minder fosfaatrechten kreeg. Bonestroo liep ook tegen de beperkingen aan van de renteswap, waarbij de rente was vastgezet op 2,7%. Toen de rente daaronder dook, moest hij een boete betalen.

‘Een half uur zitten janken’

In 2017 vond de bank het welletjes. “Of een bord te koop in de tuin, of een andere financier zoeken”, vat Bonestroo de situatie van toen samen. “Ik heb toen een half uur flink zitten janken.” Waarna hij zijn rug rechte. “Jullie brengen me niet van mijn plan af”, verwoordt hij zijn gemoedstoestand van toen. In 2019 kwam het uiteindelijk tot een nieuwe financiering bij ING, waarbij het bedrijf van Bonestroo in de vorm van een vof werd samengevoegd samen met het bedrijf van Hans Herder in Biddinghuizen. Ze werkten al een tijd samen.

Ondanks alle problemen heeft Bonestroo vergevorderde plannen er een stal bij te bouwen voor nog eens 194 koeien.

Hij ligt er niet wakker van dat de politiek gaat sturen op een grondgebonden melkveehouderij in Nederland. “Er komt meer vraag naar voedsel, dat we in Nederland verantwoord en efficiënt met behulp van innovatie en technologie kunnen produceren.”

Rabobank is gevraagd om reactie, maar die gaat niet in op individuele gevallen.

Een veehouder met een duidelijke visie

Wim Bonestroo (57) heeft met zijn vrouw Wijmke en partner Hans Herder (56) het melkveebedrijf vof De Bijssel in Doornspijk (Gld.). Dat houdt 330 stuks melkvee op 85 hectare. Daarvan is 50 hectare eigen, 13 hectare pacht Staatsbosbeheer, en 20 hectare andere pacht. Het rollend jaargemiddelde is 13.000 kilo melk.
Bonestroo heeft een duidelijke visie voor zijn bedrijf: grootschalig en intensief. Waarbij hij met technologie (vooral mestverwerking) de milieu-impact wil verkleinen. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Het duurde van 2005 tot 2011 voordat hij de groei van 90 naar 330 koeien had gerealiseerd. Tussen 2013 en 2017 zat het bedrijf in ‘bijzonder beheer’ bij Rabobank. Hij omschrijft zelf zijn stijl van ondernemen als: ‘Ik heb uitdaging, spanning nodig om scherp te zijn. Ik heb een heel hoog wedstrijdgevoel in me.’
Zijn arbeidsinkomen is nu positief, eigen arbeid volledig meegerekend. Maar Bonestroo dendert door: hij heeft vergevorderde plannen voor verdere uitbreiding. Dat hij daarbij (weer) op weerstand kan rekenen prikkelt hem alleen maar. “Blijkbaar moet ik geplaagd worden door dingen die moeilijk, misschien wel onmogelijk zijn.”

Share this

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin