Doorgaan naar artikel

Krimp is een moneymaker voor de blijvers

In 2026 is er bij ongewijzigd beleid een kwart teveel mest. Vrijwillige krimp van de veestapel kan een ijskoude sanering voorkomen. Zo’n krimp levert derogatiebedrijven € 20.000 per jaar op.

De mestkosten lopen almaar verder op. Wie nu zijn rundveemest voor komend voorjaar aanbiedt bij distributeurs, merkt dat die de extra drijfmest liever kwijt dan rijk zijn. Ze geven aan ophaalprijzen ver boven € 20 per kuub te verwachten. De afbouw van de derogatie overheerst de markt en de gesprekken tussen melkveehouders. Mest leeft nu meer dan ammoniak, simpelweg omdat er op bedrijfsniveau nu heel veel geld mee gemoeid is.

De veestapel produceerde in 2021, en het zal dit jaar niet veel anders zijn, 471 miljoen kilo stikstof in de mest. Daarvan vervluchtigde 57 miljoen kilo in de vorm van ammoniak en 67 miljoen kilo verdween buiten de landbouw. Bleef 348 miljoen kilo stikstof in -meest drijf- – mest over. Dat is bij 1,8 miljoen hectare cultuurgrond 193 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare. Dat is ver boven de norm van 170 kilo die vanaf 2026 geldt. En dan ga je er ook nog eens vanuit dat akkerbouwers maximaal mest gebruiken op al hun hectares. Reken je met 60 procent acceptatie door akkerbouwers dan is er 225 kilo stkstof uit dierlijke mest per hectare. Per hectare 55 kilo hectare teveel, betekent dat er 82,5 miljoen kilo stikstof moet ‘verdwijnen’.

Er zijn zes wegen om die mestdruk te verminderen. De eerste is rantsoenaanpassingen waardoor er minder stikstof in de mest komt. Jazeker, dat scheelt een paar procent stikstof in de mest. Maar dat is niet meer dan wegvangen van wat regendruppels terwijl het hoost.

Tweede denkrichting is meer mestgebruik in de akkerbouw. Een heilloze weg. De acceptatie blijft al decennia rond 60% steken. Dat verander je niet in drie jaar.

Dan meer mestexport. Transport van drijfmest over honderden kilometers is onbetaalbaar. En het is riskant om je beleid daarop te baseren. Bij een onverhoopte grenssluiting valt 40 miljoen kilo stikstofafzet weg.

€ 20.000 per bedrijf voordeel

Met grootschalige mestverwerking experimenteren we al sinds 1985. Geen enkel procedé buiten verbranding van pluimveemest bleek rendabel of fraudebestendig. Hoop doet leven, maar dit is hopen op een doodgeboren kindje.

Volgende denkrichting: drijfmest bewerken tot kunstmestvervanger. Bij lage mestafzetkosten is aankoop kunstmest waarschijnlijk goedkoper. Het verleden leert dat veehouders liever een paar jaar hoge kosten nemen dan zwaar te investeren voor gering kostenvoordeel op lange termijn. En Brussel remt in deze. Samengevat: ook dit biedt weinig soelaas de eerste jaren.

Natuurlijk moet je als landbouw blijven inzetten op die vijf punten. Maar je blijft daarmee wel ver van die 170 kilo. Alleen vrijwillige krimp tikt echt aan. 10% minder vee brengt de productie net boven 170 kilo per hectare areaal. 20% reductie haalt de gevoeligheid voor mestexport uit het systeem en ondervangt de onderbenutting in de akkerbouw. Met een beetje een natte vinger: 15% krimp volstaat om de mestdruk zover te verlagen dat de afzetkosten dalen richting een tientje per kuub doordat akkerbouwers weer voor mest gaan betalen.

Bij ruim 600.000 hectare met 50 kilo stikstofderogatie en 4 kilo stikstof per kuub levert krimp van de veestapel € 112 miljoen per jaar op. Daar komt het voordeel bij afzet van de overschotmest nog bovenop, 13,9 miljoen ton rundveemest in 2022. Daar ligt dus nog eens € 139 miljoen voordeel verborgen; samen € 251 miljoen. Dat is ruim € 20.000 per blijver per jaar. Krimp is daarmee een moneymaker voor hen!

Met een goede, eenvoudige opkoopregeling voor alle sectoren kun je snel meters maken. De tijd dringt, het is zo 2026. Zonder ondersteunende maatregelen wacht een ijskoude sanering en uiteindelijk ook veel minder vee.

Share this

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin