Doorgaan naar artikel

Investeren in gezondheid kalf loont

Foto: Lex Salverda

Foto: Lex Salverda

Gezonde kalveren brengen hun leven lang meer geld op. Het is daarom snel interessant om te investeren in verbetering, zoals met vaccinatie of huisvesting. Het handelen van de veehouder is echter allesbepalend.

Gezondheidsproblemen van kalveren kosten veehouders veel geld. Er zijn verschillende studies gedaan naar de economische schade die kalveren in het latere leven oplopen. Dat gaat zowel om schade als gevolg van longaandoeningen als darmproblemen die ook invloed op elkaar hebben. “Kalveren zijn als gevolg van darmaandoeningen vaak vatbaarder voor ziektekiemen die de luchtwegen kunnen binnendringen”, legt Monique Driesse, dierenarts bij Boehringer Ingelheim, uit.

Driesse ziet in het algemeen dat longproblemen op de korte termijn leiden tot aantasting van het welzijn van de kalveren, meer sterfte, meer behandelingen en extra arbeid. “Voor de lange termijn gaat het ten koste van de groei en de melkgift in de eerste lactatie en geeft een grotere kans op afvoer.” Ook het karkasgewicht ligt lager, maar dat is vooral onderzocht en van belang bij vleesvee.

Vanuit diverse Nederlandse en internationale studies zijn haperingen in de opfok doorvertaald naar hogere kosten en/of lagere opbrengsten (zie kader). Kalvergezondheid is dus niet alleen voor het dier, maar ook voor de bedrijfsvoering gunstig. Zo blijkt uit een onderzoek dat een luchtweginfectie als kalf in de eerste lactatie 525 liter melk kost. Andere studies laat zien dat kalveren die geen longontsteking hebben gehad, 200 tot 700 gram per dag meer groeien dan kalveren die dit wel hebben gehad. Ook zijn er onderzoeken die aantonen dat koeien eerder worden afgevoerd na problemen in de opfok.

De grote lijn is dat een slecht opgefokte koe tot € 1.400 kan kosten, waarbij er op bedrijfsniveau natuurlijk grote variaties zijn. Daarom wordt in een voorbeeld gerekend met € 1.000 per dier. Stel dat op een probleembedrijf het aantal geïnfecteerde dieren oploopt tot 50% van het aantal vaarskalveren. Op dat bedrijf met 300 melkkoeien en een vervanging van 30% is dat een jaarlijkse kostenpost en opbrengstderving van bijna € 45.000. Bij 10% probleemdieren en een vervanging van 25% is de schadepost nog altijd € 7.500 per jaar.

Kosten van vaccinatie

Het behoeft geen grote rekensom om aan te tonen dat een vaccinatiestrategie economisch uit kan als daarmee de problemen worden gereduceerd. Naast vaccinatie tegen IBR en BVD (afhankelijk van de status in de bestrijding) is een enting mogelijk tegen kalverdiarree en pinkengriep (BRSV). Recent is er een vaccinatie tegen corona (BCV) bijgekomen. Ook een vaccinatie tegen BRSV en Mannheimia bij melkkoeien kan positief werken op de infectiedruk bij de kalveren. Ook zijn nog vaccinaties mogelijk tegen longwormen en ringschurft. Daarbij bieden de verschillende farmaceuten andere opties aan.

De kosten voor vaccinatie hangen af van het aantal vaccinaties en de prijs van het vaccin. Voor de meeste vaccins is vaker dan één keer enten nodig om een goed effect te krijgen. Elk middel heeft een eigen vaccinatieschema. Een vaccinatie kost rond de € 10 per enting, exclusief de kosten voor de dierenarts. Het vaccin tegen kalverdiarree is een paar euro duurder. Afhankelijk van de strategie en gekozen vaccins kost dit volgens geraadpleegde dierenartsen tot wel € 30 per kalf. Dat is voor het voorbeeldbedrijf dus € 2.700 per jaar, peanuts ten opzichte van de potentiële opbrengstderving.

De casus zou klaar zijn als vaccinatie inderdaad de garantie gaf dat er geen probleemkalveren meer zijn. Dat is echter een veel te eenvoudige voorstelling van zaken. “Vaccinatie is een aanpak om de gezondheid te verbeteren en te ondersteunen. Maar op alle bedrijven geldt dat eerst de basis goed moet zijn”, geeft Driesse aan. Dat zit zowel in de huisvesting en klimaat als het management en werkwijzen van de veehouder.

Wat dat laatste betreft begint alles met een goede biestvoorziening. “Die moet snel gebeuren, omdat de darmwand sluit en het liefste tenminste drie tot vier dagen melk van de eigen moeder doorvoeren. Tot zeven dagen heeft de melk en transitiemelk veel antistoffen in zich. Daarnaast bevat deze eerste melk bioactieve stoffen die de spijsvertering en immuunsysteem stimuleren”, weet Driesse. “Het is praktisch vaak lastig, maar de eerste melk is vloeibaar goud.”

Andere investeringen

Wat voor vaccinatie geldt, is ook bij investeringen in andere aspecten van de opfok het geval: als daarmee de opfok verbetert en daarmee betere vaarzen aan de melk komen, kan het snel uit. Kosten voor verbeteren van de huisvesting lopen zeer uiteen. Kleine verbeteringen kosten nauwelijks geld; een compleet nieuwe stal voor jongvee tot zes maanden kost volgens KWIN € 3.000 tot € 3.500 per kalverplaats. Alleen aanleg van buisventilatie met overdruk in een verder goede stal kost zo’n € 200 per strekkende meter. Goede resultaten worden geboekt met buitenhuisvesting, zeker als de binnenhuisvesting te wensen over laat. Een groepsiglo voor tien kalveren kost zo’n € 3.000; voor een geïsoleerde mobiele kalverstal is een ondernemer, afhankelijk van merk en uitvoering, al gauw € 500 tot € 800 per plaats kwijt.

Maar ook voor hier geldt dat het management en werkwijze van de veehouder bepalend zijn voor het succes. Een stal kan nog zo goed zijn; als de kalveren een slechte biestopname hebben, onhygiënisch worden geboren of te veel worden gemengd, blijft het risico op gezondheidsproblemen groot. “Voldoende tijd en aandacht blijft voor veehouders de grootste uitdaging om problemen te voorkomen”, aldus Jeroen Jacobi, conceptmanager jongvee bij Agrifirm. “En proberen om mengen van kalveren te voorkomen.” Een melkautomaat kan goed functioneren, maar past bij dat soort bedrijven niet zo goed, omdat continu jonge en oudere dieren worden gemengd. Beschikbare arbeid en de organisatie rondom de opfok blijft een aandachtspunt, zeker op grote bedrijven. Het werken met protocollen kan daarbij helpen.

Systeem omgooien

Qua investeringen ziet Jacobi in het algemeen dat de focus meer op de koeien ligt dan op het jongvee. Toch zijn vaak met relatief kleine investeringen verbeteringen mogelijk, is zijn ervaring. “Maar klimaat blijft lastig, omdat het een momentopname is. In de winter kan de situatie heel anders zijn dan in de zomer.”

Wat niet meehelpt, is dat niemand van de adviseurs op een melkveebedrijf ‘eigenaar’ is van klimaat en huisvesting. Er zijn ook geen garanties voor succes geeft Jacobi aan. “Aanleggen van een systeem met overdruk kan goed werken, maar we zien ook situaties waar het toch niet brengt wat de ondernemer ervan had verwacht.”

Soms is het nodig om het systeem om te gooien; om kalveren bij elkaar te houden en met all-in/all-out te werken, ziet Jacobi dat bedrijven vaak goed uit de voeten kunnen met milkbars en een melktaxi. Ook een combinatie met groepshoeken buiten tot drie maanden met strobed kan goed uitpakken als de binnenhuisvesting niet optimaal is. Tot zes maanden hoort jongvee in een aparte stal zonder contact met ouder vee.

De jongveespecialist benadrukt dat voor elke investering geldt dat er geen garanties voor succes zijn en voor goede resultaten in de opfok alles moet kloppen. “De eerste zestig dagen maak of breek je de kalveropfok. Het lastige is dat pas na twee jaar het resultaat is te zien.”

Beheer
WP Admin