Doorgaan naar artikel

Genomicstieren zijn de beste keus als stiervader

Internationaal worden er steeds meer stieren zonder dochters ingezet als stiervaders. Zo zetten Duitse ki’s als Masterrind, RUW, RSH en OHG alleen nog genoomgeteste stiervaders in. Datzelfde beeld zie je ook bij het Scandinavische Viking Genetics. En sinds december vorig jaar is dat ook zo bij CRV.

‘En dat is een weloverwogen keuze’, stelt CRV-foktechnicus Pieter van Goor. ‘We zijn hiervoor niet over één nacht ijs gegaan. De 100% keuze voor genomic-stiervaders is een keuze gebaseerd op feiten en cijfers. Want de top van de genoomgeteste stiervaders scoort gemiddeld een 70 punten hogere NVI dan de top van de hoogste fokstieren.’
Wanneer de dochters van de genoomstieren aan de melk komen, is een grotere spreiding in fokwaarden vast te stellen dan bij dochters van fokstieren, maar de laagste dochters van de genoomstieren zijn nog altijd beter dan de laagste dochters van de fokstieren die op datzelfde moment als stiervader zijn gebruikt. Ook fokstieren kunnen bij het aan de melk komen van dochters uit de fokperiode nog veranderen. De betrouwbaarheid van de genomicfokwaarden nadert intussen de 70 procent, wat maakt dat de kans op tegenvallers veel kleiner geworden is.

 

Sneller 90 procent betrouwbaar

Een belangrijk voordeel bij de keuze voor het fokken met jonge genoomgeteste stieren is dat de fokwaarde van fokstieren op een jongere leeftijd een zeer hoog betrouwbaarheidsniveau bereikt. Dit is meteen van belang voor de Nederlands-Vlaamse veehouders die graag stieren gebruiken met een hoge betrouwbaarheid. Zo heeft Delta Atlantic op zesjarige leeftijd al een fokwaarde met een betrouwbaarheid van meer dan 90 procent, terwijl dat in het tijdperk vóór  genomics zeker negen jaar zou duren. Atlantic heeft ondertussen al duizenden dochters aan de melk.
Deze sneller stijgende betrouwbaarheid van de fokwaarden is te danken aan de ruimere inzet van deze jonge stieren (voorheen proefstieren) als InSire Topstier. Zodra de dochters van genoomgeteste stieren die als InSire Topstier zijn gebruikt, in productie komen, stijgt de betrouwbaarheid van de fokwaarde sneller, omdat er in korte tijd een veel grotere groep vaarzen in productie komt, vergeleken met de vroegere proefstierperiode. Kijk maar naar Delta G-Force. Tijdens de indexdraai van december 2014 kreeg hij zijn eerste fokwaarden op basis van dochters en dat meteen met een betrouwbaarheid van 89% (productievererving) en 710 dochters aan de melk.

Niet alleen genoomgetest

Voorgaande zijn enkele logische feiten en cijfers die niet alleen CRV hebben doen besluiten om voor de volle 100 procent op genoomgeteste stieren in te zetten. Ook wereldwijd leidende ki-bedrijven zetten in op genoomstieren. Bovendien is dit besluit niet in een jaar tijd genomen. Er gaat een periode van bijna zes jaar aan vooraf, waarbij stapje voor stapje het aandeel stiervaders met louter een genoomfokwaarde werd verhoogd.
CRV-foktechnicus Pieter van Goor kan zich voorstellen dat ook CRV in de toekomst jaargangen meemaakt waarbij het aandeel genoomgeteste stiervaders minder dan 100 procent bedraagt. Je mag verwachten dat er enkele genomicgeteste stieren bij het aan de melk komen van hun dochters dermate veel boven hun genomicfokwaarden zullen stijgen dat ze weer opnieuw interessant worden om te gebruiken. ‘Neem Delta Atlantic. Die stier is van zo’n uitzonderlijke klasse dat hij opnieuw als stiervader is ingezet. Bij het gebruik van jonge genoomstieren als stiervader worden per stier niet meer dan drie tot vier zonen getest. Ook in het genoomtijdperk blijft spreiding namelijk bijzonder belangrijk. In termen van bloedvoering, maar ook in aantallen.’

 

Genomics voor wie wil

Het gebruik van genoomstieren als stiervader door CRV wordt vaak gezien als zou CRV het gebruik van genoomstieren door veehouders koste wat kost willen verhogen. De keuze van stieren is echter geheel aan de veehouders. ‘Diegenen die kiezen voor zekerheid, moeten zeker de fokstieren gebruiken. Fokstieren met hoge betrouwbaarheden blijven daarom een belangrijk onderdeel van de stierenkaart’, aldus Van Goor. ‘Echter, we zijn er zeker van dat een fokprogramma dat op grote schaal gebruikmaakt van genomics, de snelst mogelijke genetische vooruitgang oplevert.’

Share this

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin