Doorgaan naar artikel

‘Preventie is en blijft de basis, alle vaccinaties en antibiotica ten spijt

Preventie is en blijft de basis, alle vaccinaties en antibiotica ten spijt

Foto: Frank Daum

Vaccins tegen mastitis en Mortellaro zijn nog ver weg, ziet Gerald Behrens van farmaceut Boehringer Ingelheim. mRNA-vaccins zijn voor de veehouderij nog veel te duur. Het antibiotica-dossier is, maatschappelijk gezien, in rustiger vaarwater gekomen maar kan elk moment weer oplaaien.

Gerald Behrens draait al 30 jaar mee op topniveau in de wereld van onderzoek naar voedingsadditieven, vaccins en medicijnen voor dieren. “Toen ik in 1990 startte, luisterde ik vol bewondering naar de wetenschappers die de toekomst schetsten. Ze voorzagen dat in 2010 de productiedieren resistent zouden zijn tegen de meeste ziekten, met behulp van vaccinaties of zelfs via genetische aanpassingen. Het was de tijd van start van de ontrafeling van het genoom, het leek wel goudkoorts. Natuurlijk moeten wetenschappers ambitieus zijn, met visie. Maar er is niet veel van terechtgekomen natuurlijk.”

Waar ging het mis?

“De materie bleek veel lastiger dan ingeschat. Jazeker, er is heel veel mogelijk geworden bij de vaccins. Kijk eens hoe snel het Covid-vaccin ontwikkeld is, hier zo ongeveer om de hoek bij BioNtech. Kijk ook wat Boehringer deed bij BVD en de varkensziekte Circo. Deze drie vaccins zijn gamechangers, maar ook echte uitzonderingen. Er is nog steeds geen breed werkend vaccin tegen mastitis.”

Dat lijkt me de heilige graal voor farmaceuten!

“Dat is het zeker. Daar is ook heel veel onderzoeksgeld in verdwenen zonder echte resultaten op te leveren. De paar nu beschikbare vaccins zijn erg beperkt in hun werkingsspectrum. De wetenschap is dan wel veel verder dan 30 jaar geleden, ze heeft vooral geleerd dat ziekte iets heel gewoons is. Dat er veel moeilijker op in te spelen is dan wat ze gehoopt hadden. Dat preventie de basis is en blijft, alle vaccinaties en antibiotica ten spijt.”

Bij de antibiotica zijn toch grote slagen gemaakt?

“Zeker. Vergelijk de situatie van nu eens met die van vijf, tien jaar geleden. Het verbruik is in Noordwest-Europa aanzienlijk gedaald door wetgeving en doordat de hele farmaceutische industrie daarin op twee sporen heeft gewerkt. Ten eerste heeft ze de primaire sector van data voorzien zodat die inzag dat buitensporig, of standaard, gebruik van antibiotica geen zin heeft, zelfs onnodig verlies oplevert. Daarnaast heeft ze de beleidsmakers én consumenten ervan bewust gemaakt dat niet behandelen van dieren onacceptabel is. Je hebt wat antibiotica nodig omdat je dieren niet onnodig wilt laten lijden en sterven. Daar is nu wel overeenstemming over, zelfs in de biologische houderij is gebruik onder restricties toegestaan.”

Is de antibiotica-discussie nu een gesloten boek?

“Nee, ze zal altijd weer oplaaien vooral doordat NGO’s willen laten zien dat ze ook nog bestaan. Je kunt wachten op een nieuwe golf berichten in de media over multiresistente bacteriestammen en mensen die daaraan in ziekenhuizen sterven. En dat allemaal als gevolg van overmatig gebruik in de voedselproductieketen. Dat is zeker niet de oorzaak. We kunnen dat met data aantonen, ook hoeveel er al gereduceerd is en dat we daar nog steeds aan werken. Daarom moeten we doorgaan met data verzamelen, maar misschien kunnen we het dossier wel voor even opzij leggen.”

U noemde net BioNtech. Werkt Boehringer Ingelheim daar mee samen in de ontwikkeling van mRNA-vaccins voor dieren?

“Het zou vreemd zijn als er geen contacten zouden zijn, twee bedrijven in eenzelfde soort business op nog geen 20 kilometer van elkaar. Ook wij hebben een biotechnologie-afdeling en BioNtech maakt monoclonale (kunstmatige, op maat gemaakte, red.) antistoffen voor derden. We hebben wel eens gebrainstormd over ziekten waar we elkaar kunnen ondersteunen of samenwerken. Maar toen het over euro’s ging, bleek het wel een heel andere wereld. De pure productiekosten voor een rundervaccin mogen, hoogstens, een euro zijn. Bij BioNtech liggen de productiekosten boven € 50 per dosis. Ze worden beter en beter, en de kosten zullen op termijn wel dalen. Maar dat is wel ver boven wat in dierhouderij kan.”

Wat is wel haalbaar?

“Als je naar de huisdieren kijkt, dan zijn zulke dure vaccins zeker geen utopie. Mensen betalen probleemloos € 100 voor de behandeling van hun honden en katten.”

En voor rundvee, bijvoorbeeld tegen mastitis?

“Het draait om wat je verwachting is. Onze interne benchmark is ons BVD-vaccin. Volledige preventie, meer dan 99,99% werkzaam. Alleen dan willen veehouders een premie betalen. Als je je koeien met 1 vaccinatie per jaar zeker vrij houdt van mastitis, wil je als veehouder daarin wel investeren. Maar er zijn vele oorzaken van mastitis, niet slechts één. Denk aan verschillende coli’s, staphylococcen, streptococcen, noem ze maar op. Daarom is een enkel, breedwerkend vaccin nog zo ver weg. We vervangen in het algemeen de antibiotica door preventief vaccineren, betere biosecurity en betere protocollen. Teatsealers worden grootschalig gebruikt. Buiten Europa zijn er nog steeds volop veehouders die denken: ik wil veiligheid, doe maar een antibiotica-deken over de droge koeien. Maar ook daar zien steeds meer veehouders in dat in vier van de vijf gevallen een deken van teatsealers vaak al voldoende is, en incidenteel een droogzetter.”

Komen er dan wel mRNA-vaccins in de dierhouderij?

“Ja, voor economisch zeer relevante ziekten. Zeker als je bij plotselinge uitbraken van nieuwe ziekten, denk aan wat bij Covid gebeurde, snel een oplossing nodig hebt. In zo’n situatie is een mRNA-vaccin dé technologie om naar te kijken. Want dan willen de getroffenen of bedreigden de hoge meerprijs wel betalen. Of ze dat langdurig willen doen is nog maar de vraag. In de veehouderij blijven de kosten cruciaal.”

Waarin verwacht u innovatie?

“We verbeteren de bestaande vaccins tot het niveau dat je er eradicatie-programma’s mee kunt uitvoeren. Dat is bijvoorbeeld met ons huidige BVD-vaccin mogelijk. Natuurlijk zouden we graag mastitis uitbannen, daar hadden we het al over, of Mortellaro. Maar die huist op de hoef, op plekken die nauwelijks doorbloed zijn. Dat is een plek waar een gangbaar vaccin dus niet werkt. Het probleem is juist de stalvloer, voor dat vochtige milieu is de koe niet gebouwd. Daarvoor moet je dus niet denken aan vaccins maar de hele stalopzet aanpassen, van betonvloeren af en over op een zandondergrond.”

Gaat Boehringer Ingelheim, gezien de recente introducties, zich meer richten op darmziekten?

“Nee, we moeten focus houden. Eerst kijken waar markt voor is en waar we kennis van hebben. Mastitis, afgevinkt. Mortellaro, idem. Daarom kwamen we met het vaccin tegen kalverdiarree. Onze komende introducties zullen weer op respiratoir gebied zijn want dat zijn de easy targets: de veroorzakers zijn zeer goed gedefinieerd net als de pathologie. Je kunt het virus of de bacterie gericht benaderen via de bloedbaan. Ik voorzie nieuwe vaccins gericht op luchtweginfecties bij de kalveren want juist daartegen worden nog veel antibiotica toegepast. Sommige wetenschappers schatten in dat Lumpy Skin Disease in Europa gaat toeslaan. Ik betwijfel dat, maar er zijn genoeg vaccins aanwezig om er betere versies van te maken. Hetzelfde geldt voor Rift Valley Fever. Op dit moment zie ik geen concrete kandidaten, maar ja, het coronavirus heeft ons ook verrast. Het zat altijd al onder de mensen, maar we werden er niet ziek van.”

Boehringer Ingelheim heeft drie farmacietakken: voor humaan, huisdieren en productiedieren. Blijft dat zo?

“Toen ik hier in 1990 kwam, was er € 200 miljoen omzet diergeneesmiddelen. Huisdieren waren bijzaak. Nu is van onze € 4,5 miljard omzet in diergeneesmiddelen nog maar een derde voor productiedieren. We zijn wereldwijd de tweede of derde in diergeneesmiddelen. Schaal is dus niet een probleem. Er is zeker synergie tussen de humane en de huisdieren-tak. Boehringer Ingelheim is sterk in verouderingsmedicijnen bij de mens en rheuma, artritis, hart- en vaatziekten beginnen steeds meer te spelen bij honden en katten. Tussen honden en katten enerzijds en varkens en koeien anderzijds zit minder synergie, en de vermarkting van deze medicijnen gaat via heel andere kanalen. Duidelijk is ook dat innovaties aan de huisdierenkant, mede vanuit de humane kant gedreven, sneller gaan dan bij livestock. De marge-ontwikkeling is altijd neerwaarts, patenten lopen af. Zonder innovatie eroderen de marges en word je een commodity-speler. Dat wil de familie die eigenaar is niet, dat is al meermaals duidelijk geworden. Ze wil bij de eersten zijn die stappen zetten. Liever voorop lopen dan anderen volgen.”

Innovatie kun je inkopen

“Ook dat ligt op tafel. Vers bloed kan passen. Daarom kijken we naar andere bedrijven, vooral in de sensortechnologie. Automatische data-collectie en daarmee voorspellen en acteren. Dat wordt een majeure driver in de landbouw van de toekomst. Willen we als Boehringer Ingelheim daar een rol spelen? Ik zeg ja, maar via acquisities van bedrijven die zelfstandig zaken blijven -door-ontwikkelen. We moeten wel gefocust op onze core business blijven.”

Gerald Behrens (59) is hoofd marketing herkauwers bij Boehringer Ingelheim. Deze farmaceut heeft een omzet van krap € 20 miljard, waarvan € 15,5 miljard euro in humane geneesmiddelen, antibiotica en vaccins en € 4,5 miljard in middelen voor de diergezondheid. Daarvan is € 3,2 miljard voor huisdieren, € 1,3 miljard in productiedieren. De afzet van middelen in de rundveehouderij is daarin weer de grootste tak met een jaarlijks waarde van € 550 miljoen. Daarna komen in omzet de varkens en dan de kippen. Tot slot is er onder de tak productiedieren een speciale faciliteit in Lelystad (onderdeel van het voormalige CDI) voor onderzoek naar en productie van vaccins voor Lijst A-ziekten zoals mond-en-klauwzeer.
In de diergezondheids-farmacie is Zoetis veruit het grootste bedrijf met € 6,5 miljard omzet. Dan is er een groep van vier bedrijven met ongeveer dezelfde omzet, zo’n 4,3 tot 5 miljard: MSD, Boehringer Ingelheim, Elanco en het Amerikaanse Covetrus. Daarna volgt een grote groep bedrijven met een omzet van 1 tot 1,5 miljard euro.

Beheer
WP Admin