Doorgaan naar artikel

Asbest: de druk is er af, probleem nog niet weg

Het verbod op asbestdaken is van tafel, er is geen fonds voor sanering meer en er wordt steeds minder asbest verwijderd. Maar het probleem is niet verdwenen en verzekeraars kijken er kritischer naar.

Asbestsanering komt steeds meer tot stilstand. In 2018 werd 12,8 miljoen m2 gesaneerd, maar in 2021 was dat nog maar 5,3 miljoen m2. De stok achter de deur is weg nu er geen verbod op asbestdaken meer komt. Bovendien is er geen landelijke subsidieregeling meer. Prikkels om asbest te verwijderen, zijn er niet meer.

Toch blijft de opgave groot. In Nederland ligt nog 80,4 miljoen m2 asbest en dat is exclusief 57 gemeentes (vooral in Noord-Brabant) die nog geen informatie hebben aangeleverd (bron: Rijkswaterstaat). Volgens LTO is er wel animo onder boeren om te saneren, maar is budget is niet altijd voor handen. “Boeren kijken veelal naar een natuurlijk moment om te saneren; een koppeling met zonnepanelen, rood-voor-rood, een geplande investering in gebouwen, of bedrijfsbeëindiging”, aldus Ard Mooij, themaspecialist Pacht bij LTO Noord. “Dat is en blijft van belang omdat alleen saneren geld kost en dus geen rendement geeft.” LTO pleit daarom bij de overheid voor risicogericht saneren (kosten afstemmen op risico’s die kunnen optreden, ruimte voor innovatie én financiële ondersteuning.

Mooij merkt dat aanpassing van het wettelijk kader niet eenvoudig is, maar dat geldt ook voor het overtuigen van boeren. “Ze willen wel, maar in alle stikstofproblematiek staat bedrijfscontinuïteit centraal. Daar zijn inzet en investeringen op gericht. Asbestsanering staat als ‘losse’ investering nu niet op de eerste plaats.” Ondertussen zien verzekeraars sanering wél als verantwoordelijkheid van de boer en die kale saneringskosten liggen volgens brancheorganisatie VVTB nu tussen de € 7 en € 15 per m2, terwijl personeel, materiaal en brandstof alleen maar duurder zijn geworden.

Geen volledige dekking meer

Asbestdaken slijten, worden zwakker en geven meer kans op schade, blijkt uit TNO-onderzoek. Verzekeringstechnisch heeft dat gevolgen; sanering verdient een grotere rol. Univé stelt dat de levensduur van een asbestdak wel bereikt is en dat een volledige verzekering niet meer te doen is. “Preventie wordt steeds belangrijker, want qua risico gaat het steeds meer richting onverzekerbaar”, zegt Jan Willem Bolhuis, propositiemanager bij Univé. “De kans op schade neemt enorm toe en als er wat gebeurt, is de kostprijs van het herstellen erg hoog.”

Interpolis ziet eenzelfde beeld. “Bij bestaande verzekeringen lopen boeren het risico dat de verzekeraar de herstelkosten na een calamiteit niet meer volledig dekt”, aldus Adri Witlox, woordvoerder Agro bij Interpolis. Interpolis verzekert dan op basis van vervangingswaarde en afschrijving. Opruimkosten van asbest worden wel vergoed. “Nieuwe klanten kunnen hun asbestrisico alleen verzekeren als er concrete saneringsplannen zijn, maar die moeten dan wel binnen twee jaar plaatsvinden. Het is daarom wenselijk om wél te investeren in asbestverwijdering.”

Alternatief voor boeren

Univé heeft samen met Rabobank en energieleverancier Greenchoice het project Duurzame Zekerheid opgezet. Boeren kunnen dan ‘gratis’ asbest laten verwijderen én ervoor in de plaats zonnepanelen laten plaatsen. Ook het onderhoud van de panelen betalen ze niet. Alle kosten komen voor rekening van Univé en Rabobank. Als tegenprestatie verhuren boeren dan 20 jaar hun dak aan Univé en gaat alle stroom naar Univé-leden, via Greenchoice of een ander energiebedrijf.

Er zijn inmiddels 44 deelnemende boeren die in totaal 77.000 m2 asbest verwijderd hebben. Samen kunnen ze straks 4.700 huishoudens van stroom voorzien. Bolhuis: “Het grote voordeel voor boeren is dat ze volledig ontzorgd worden en we merkten in de praktijk dat juist dat een grote wens was. Ons grote voordeel is dat er zo een oplossing voor het asbestrisico is.” Een locatie aanpakken is prijzig en kost exclusief btw gemiddeld € 300.000. Dit is inclusief sanering, net- en constructieverzwaring en het plaatsen van zonnepanelen. “Onze marges zijn dun en de terugverdientijd is berekend op 20 jaar”, zegt Bolhuis. “Per locatie krijgen we alleen SDE-subsidie en de stroomprijs waarvan 2 cent per kWh rechtstreeks terugvloeit naar het project.”

Rabobank en Univé zijn binnen het project nog de enige partijen die financieren. Op dit moment zijn 100 locaties (inclusief de 44 deelnemers) financieel afgedekt; samen goed voor € 30 miljoen. Daarnaast zijn er nog eens 1.300 geïnteresseerde boeren. Het potentieel is groot en dat vraagt om enorm veel kapitaal. “Precies om die reden is Rabobank aan boord”, vertelt Bolhuis. “Die bank helpt ons in de zoektocht naar financiële partners om landelijk op te kunnen schalen.”

Aandachtspunten zijn er wel: netcongestie en een onzekere energiemarkt. Bolhuis: “Van de 1.300 geïnteresseerde boeren zit driekwart in de wachtkamer, omdat ze moeten wachten op een netaansluiting.” Ook het kostenplaatje verandert voor de boer. “Bouwkosten zijn hoger geworden en soms moet een dakconstructie fors verzwaard worden. Dat betekent dat het iets lastiger wordt om met gesloten beurs zaken te doen. Een eigen bijdrage van de boer zal vaker gaan voorkomen.” Toch blijft Bolhuis ambitieus. “De komende drie jaar willen we 600 à 700 locaties aanpakken. En uiteindelijk – als alles meezit – hopen we 13 miljoen m2 asbest te saneren en 800.000 huishoudens van stroom te voorzien.”

Provincies zoeken juiste prikkel

Voor veel provincies viel het einde van het landelijk asbestverbod rauw op het dak. Ook in Overijssel, waar nog bijna 8 miljoen m2 asbest ligt. Sinds 2016 is er 5,5 miljoen m2 asbest verwijderd, maar in 2021 was dat nog slechts 0,4 miljoen m2. “Onze maatregelen waren in eerste instantie op de intrinsieke motivatie van de ondernemer gericht, maar dan moet die het ook willen en zonder verbod werkt die aanpak niet meer”, merkt gedeputeerde Tijs de Bree. “Asbest is onwenselijk en vormt een permanent probleem, maar er is onvoldoende besef onder asbestdakeigenaren. Deze daken verweren en asbest spoelt de bodem in.”

Provincie Overijssel werkt dit jaar daarom met twee asbestsaneringssubsidies van in totaal € 1,6 miljoen, maar De Bree erkent dat dit instrumentarium zeer beperkt is. “We kunnen niks afdwingen en hopen vooral ook dat er marktprikkels ontstaan.” Een mooi voorbeeld hiervan is het Overijssels Asbestcollectief in de gemeenten Deventer en Raalte eerder dit jaar. Provincie Gelderland zoekt de prikkel in een opvallende combinatie van asbestsanering én biodiversiteit binnen de kaders van de Wet natuurbescherming (Wnb). Boeren die willen saneren, hoeven dan geen ontheffing aan te vragen voor het beschadigen of verstoren van nesten van een aantal jaarrond beschermde vogelsoorten buiten het broedseizoen. Mits aan een aantal voorwaarden en extra toezicht op naleving van de wet wordt voldaan.

‘Ik wilde vooral ontzorgd worden’

Ger Ensing houdt In Bunne (Dr.) en Peize (Dr.) 350 melkkoeien en 200 stuks jongvee op 190 hectare. Hij wilde al duurzaam investeren voordat hij hoorde van het project Duurzame Zekerheid van Univé. Ensing had een SDE-subsidie aangevraagd, maar asbest saneren en zonnepanelen leggen bleek met de omvang van zijn bedrijf een flinke onderneming. “Ik vond het traject omslachtig en risicovol, met de aflopende subsidies. Dat was voor mij een groter struikelblok dan het kostenplaatje. Al zou met onze vijf asbeststaldaken de totale investering in saneren en zonnepanelen zeer fors zijn. Die was berekend op € 900.000.”

Ensing was de eerste boer die met Univé in zee ging. Op zijn hoofdlocatie worden inmiddels de eerste van in totaal 2.300 zonnepanelen gelegd, maar op de tweede locatie ligt nog asbest op één dak. “In totaal is straks 5.500 m2 asbest verwijderd. Dat kost me nu niks. Anders had ik daar naar verwachting € 7 à € 10 per m2 voor moeten betalen.”

Ook de zonnepanelen zijn gratis, maar daar staat wel wat tegenover. Ensing ‘verhuurt’ zijn daken gedurende 20 jaar en de vergoeding voor de geleverde stroom van de zonnepanelen krijgt hij niet. Die gaat naar Univé. Ensing wilde echter wel graag eigen stroom en daar bleek binnen het project ruimte voor. Mits de veehouder dat deel zelf betaalde en dat deed hij ook. Een jaar geleden kocht Ensing nog in de goede tijd 236 zonnepanelen. Daardoor lagen kosten relatief laag. De vroege deelname bespaarde Ensing veel. Bouwmaterialen en personeelskosten waren nog aanmerkelijk goedkoper. De verwachting is dat hij zijn eigen zonnepanelen met de huidige stroomprijzen al in anderhalf jaar terugverdient. “Het maatwerk met eigen stroom is een grote plus, maar ik ben vooral blij dat ik binnen dit project volledig ontzorgd word. De combinatie van asbest en zon is met onze bedrijfsomvang best lastig en het is een geruststelling dat we straks geen asbestdaken meer hebben die verweren. Je wilt je gezin er ook niet aan bloot blijven stellen.”

Ensing geeft wel eerlijk toe dat hij niet zeker weet of hij net zo snel asbestdaken had gesaneerd als deze mogelijkheid er niet was geweest. Provincie Drenthe en het Rijk hebben immers geen saneringsregelingen (meer). “Misschien had ik dan om de zoveel jaar één staldak gesaneerd. Als boer wil je wel anticiperen, maar dat is vaak pas realistisch en interessant als je zaken kunt combineren zoals nu het geval is.”

Geen stok achter de deur voor asbest

Het asbestverbod is in 2019 gesneuveld in de Eerste Kamer en asbestsanering wordt vanuit het Rijk niet meer gestimuleerd. De landelijke subsidieregeling voor het verwijderen van asbestdaken was eind 2018 al gesloten. Het budget van € 75 miljoen was bereikt. Oud-staatssecretaris Van Veldhoven van het ministerie van I&W kondigde wel een nieuw fonds van € 12 miljoen aan voor de vervolgaanpak van asbestdaken. Er kwam uiteindelijk alleen een leningenfonds voor particulieren, waarvan nauwelijks gebruik werd gemaakt. I&W stelt nu voor 2023-’25 € 3 miljoen beschikbaar voor communicatie en bewustwording.

Bekijk meer

Share this

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin